Algemeen Nut Beogende Instelling

 

wait
wait

Denkstof

Van de voorganger

 

‘Ik breng dank aan God, die ik, evenals mijn voorouders, met een rein geweten dien …. En dan komt mij voor de geest uw ongeveinsd geloof, zoals het eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en uw moeder Euníce, en ook – daarvan ben ik overtuigd – woont in u.’

2 Timotheüs 1:3-5

 

Dit is het begin van de tweede brief die Paulus aan zijn jonge medewerker Timotheüs schrijft. Timotheüs woont en werkt op dat moment in Efeze, aan de westkust van het tegenwoordige Turkije. Paulus zit in de gevangenis in Rome waar hij over niet alle te lange tijd ter dood zal worden gebracht. En zoals mensen doen als zij wat ouder worden, zo doet Paulus ook. Hij denkt terug aan het verleden. Hoe zijn voorouders God oprecht hebben gediend. Alhoewel Paulus nu anders gelooft dan zijn voorouders (Paulus gelooft nu in Jezus als de beloofde Messias) vindt hij toch dat hij het geloof in God en het geloofsleven dat daarbij hoort geleerd heeft van zijn ouders en grootouders (vers 3). En dat ziet hij ook bij Timotheüs. Uit vers 5 kun je de conclusie trekken dat het geloof op Timotheüs is overgebracht door zijn moeder en grootmoeder.

Dit gedeelte sprak mij aan. Toen mijn grootvader ongeveer 18 jaar moet zijn geweest, is hij rond 1920, samen met twee andere broers, tot geloof gekomen. En omdat mijn grootvader zich bekeerde is het geloof overgegaan op zijn kinderen die hij later heeft gekregen en die hebben het weer overgebracht op zijn kleinkinderen van wie ik er ook een ben. Ik realiseer mij dat Paulus ook aan mij woorden van deze strekking had kunnen schrijven. Het is een zegen als je in een gelovige familie wordt geboren.

Maar sommigen zullen zich daarin helemaal niet herkennen. Dit is dan ook niet de slotconclusie die ik uit dit gedeelte wil trekken, want deze situatie is niet wat we gemeen hebben. Gelovige ouders en grootouders hebben is maar één van de vele manieren waarop iemand tot geloof kan komen. Wat we gemeen hebben is, dat als wij in ons verleden kijken, we allemaal door bijzondere situaties het evangelie hebben leren kennen. Iemand is door zijn ouders naar de zondagsschool gestuurd, de ander hoorde ‘toevallig’ het evangelie bij een vriend of vriendin thuis. De één is door iemand meegenomen naar een evangelisatiedienst (zo is Billy Graham bijvoorbeeld tot bekering gekomen), de ander werd aangesproken door het getuigenis van een collega. De één was nieuwsgierig naar wat er in die Bijbel stond en kocht zich er een, de ander wilde bewijzen dat het geloof onzin was maar werd, door er mee bezig te zijn, overtuigd van het tegendeel.

Maar hoe het ook was, we zijn allemaal door Gods leiding in ‘toevallige’ omstandigheden gebracht waardoor wij tot geloof gekomen zijn. En dát is een zegen voor ons allemaal.

 

Harry Pot

 

-