Algemeen Nut Beogende Instelling

 

wait
wait

Denkstof

Van de voorganger

 

Overdenking zondag 28 juni. 

‘Gij dan, gord uw lendenen, maak u op en spreek tot hen al wat Ik u gebieden zal; verschrik niet voor hen, opdat Ik u niet voor hen doe verschrikken. En Ik, zie Ik zelf stel u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil en een koperen muur tegen het hele land, tegen de koningen van Juda, zijn vorsten, zijn priesters en het volk des lands; al zullen zij tegen u strijden, zij zullen u niet overmogen, want Ik ben met u, luidt het woord des HEREN, om u te bevrijden’.  

                                                                                                                      Jeremia 1:17-19.

 

Wij hebben thuis een CV-ketel van 21 jaar oud. Bij de laatste onderhoudsbeurt bleek dat er reparaties aan moesten gebeuren die eigenlijk niet meer de moeite waard zijn als je ze vergelijkt met de nog resterende levensverwachting van de ketel: Die is er niet. Hij kan er namelijk elke dag definitief mee ophouden. De gemiddelde levensduur van een CV-ketel is 15 jaar. Dan heeft die van ons het toch goed gedaan!? Allemaal mooi en wel en tevreden over die ketel maar vervolgens moet er wel een nieuwe komen. En dat kost wat. Dan moet je de ‘markt’ op en een paar installateurs benaderen voor een ‘vrijblijvende’ offerte.

En het gaat me nu even om dat woord ‘vrijblijvend’. Daar draait het om bij een offerte. Stel je voor dat je een offerte vraagt en dat je er ook direct aan vast zit. Je wilt juist de vrijheid hebben om te vergelijken en afwegingen te maken. We kunnen nog aan de offerte proberen te sleutelen en in ons voordeel om te buigen. We proberen er zoveel mogelijk uit te slepen voor zo weinig mogelijk geld. Die poging is ons goed recht. De offerte is tenslotte ‘vrijblijvend’.

Mensen vatten de keus om wel of niet in Jezus te geloven soms ook op als vrijblijvend. En iets daarvan lijkt ook een beetje waar. God biedt iets aan, nl. behoud en eeuwig leven, en het staat je vrij om op Gods aanbod in te gaan. Er kwam eens een rijke man bij Jezus die vroeg hoe hij het eeuwige leven kon krijgen. (Lukas 18:18-27). Het aanbod van Jezus sloeg hij af en ging weg zonder Jezus te volgen. God dwingt niemand. God heeft geen gedwongen slaven. Er zijn heel veel mensen aan wie het evangelie is aangeboden maar die er niet op in zijn gegaan. Daar is vaak een reden voor. Bij die rijke man was het Jezus’ oproep: ‘verkoop al wat je hebt, geef het aan de armen en volg Mij’. Hij moest afstand doen van zijn bezit en dat kon hij niet. Er zijn wel meer Bijbelse voorbeelden van mensen die met het evangelie in aanraking komen en het afwijzen. De rijke jongeman over wie ik zo-even vertelde. Of koning Agrippa aan wie Paulus met veel enthousiasme over Jezus vertelt: ‘Gij wilt mij wel spoedig als christen laten optreden!’ zegt Agrippa dan. Zo van: ‘je wilt wel heel graag, Paulus, dat ik christen word’.  Maar toch gaat Agrippa er verder niet op in. Voorbeelden zijn ook de vele synagoges waar Paulus heeft gesproken en waarvan de leden uiteindelijk toch Jezus afwijzen. (bv. in Thessaloniki, Corinthe of Rome).

Er zijn genoeg redenen waarom iemand Jezus niet wil volgen: te veel tegenstand van familie of je wilt je niet voor God vernederen of je bent bang voor wat anderen daarvan zullen vinden en zeggen of je gelooft helemaal niet dat er een God is en dat er een oordeel komt. enz. enz. Van de één zal die keus ook meer vergen dan van de ander. Voor iemand die in een gelovig gezin en familie wordt geboren is die keus in sommige opzichten gemakkelijker dan voor iemand die in een totaal onchristelijke omgeving opgroeit.

Gods offerte líjkt vrijblijvend maar is het uiteindelijk toch niet. Het lijkt nú geen verschil te maken. Er zijn ongelovigen die leven als koningen, die een beter en mooier leven hebben dan gelovigen. In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Luk. 16) lijkt een keus voor of tegen God niet veel verschil te maken. Die rijke ongelovige man leeft er maar lekker van maar die arme, bedelende Lazarus leeft een ziek en hongerig leven. Maar als beiden sterven en voor God moeten verschijnen zijn de rollen omgedraaid. De uiteindelijk keus van die rijke man die zich tijdens zijn leven van God noch gebod iets heeft aangetrokken, heeft gevolgen. Hij kwam ‘in het dodenrijk ….. onder pijnigingen’. Gods offerte is dus niet vrijblijvend. Je niets aantrekken van de boodschap van het evangelie is dus niet vrijblijvend, het heeft wel degelijk consequenties.

Maar ook als die keus wel ten gunste van de Heer is uitgevallen lijken gelovigen het geloof soms ook als iets vrijblijvends te beschouwen. Natuurlijk kun je je redding niet verdienen. Het wordt je door genade in de schoot geworpen. Het wordt je gegeven. Wij kunnen er niets voor doen. Maar dat wil niet zeggen dat wij, nadat wij tot geloof gekomen zijn, op onze lauweren kunnen rusten. God vraagt ook iets van je. Niet om je behoud te verdienen, niet als een aanbetaling op, niet als het principe ‘voor wat hoort wat’. De Heidelbergse catechismus is opgebouwd uit drie delen die heel mooi weergeven hoe je tot geloof komt. ‘Ellende, verlossing, dankbaarheid’. Het begint met het kennen van je ellende, je verloren toestand. Als je dan tot geloof komt word je door Jezus daarvan gered, verlost. Daarna voert dankbaarheid aan God de boventoon voor wat Hij voor je heeft gedaan. God wil graag onze dankbaarheid voelen, onze genegenheid, onze toewijding. Zo onderhoud je een relatie. In je relatie met je beste vrienden zou het heel vreemd zijn als je nooit iets voor elkaar zou doen, als je niet op elkaar kan rekenen, als je je niet wilt inzetten voor je vriend/vriendin. Als je dat niet wilt, is het dan nog wel je vriend/vriendin? Je kunt misschien nog een tijdje de schijn hooghouden maar op den duur val je door de mand. Op den duur is zo’n relatie gedoemd om te mislukken.

Als wij tot geloof komen en een relatie met Jezus aangaan wil de Heer wel graag van ons toewijding om die relatie te voeden en in stand te houden. Hij vraagt om een actieve dienst, een actieve dienaar. Als Jeremia ergens in de tijd tussen vs. 10 en vs. 11 heeft besloten om God te gehoorzamen zegt God tegen hem in vs. 17: ‘Gord uw lendenen, maak u op …..’. Er is werk aan de winkel. Een Israëliet werd in zijn bewegingsvrijheid beperkt door het lange kleed dat hij droeg. Zijn voeten hadden daardoor niet genoeg ruimte. Die ruimte kon je creëren door dat lang afhangende opperkleed op te trekken en rond je middel met een gordel vast te maken, gorden of omgorden. Je maakte je daarmee klaar om goed te kunnen lopen. ‘Maak u op’ zegt God tegen Jeremia. ‘Maak je klaar, houd je gereed’. Als je tot geloof komt begint die relatie en beide partijen moeten zich inspannen om die relatie in stand te houden. Van Gods kant doet Híj er alles aan. In Jezus werd Hij mens, onderging voor ons smaad en hoon, leed en stierf. Maar ook nu geeft de Heer troost, kracht en bemoediging, waardering en wijze lessen. Het kan toch niet zo zijn dat, nadat we tot geloof gekomen zijn en God de toegang naar de hemel voor ons heeft opengezet, dat we dan zeggen: ‘Nou, Heer, bedankt, ik zie U wel weer in de hemel’. Echte vrienden doen zoiets niet.

Toch zijn er gelovigen die, bewust of onbewust, zo leven. Maar tot geloof komen en je laten dopen is geen einde van een proces maar juist het begin ervan. Onder gelovigen wordt een dopeling, nadat hij is gedoopt, wel eens verwelkomd met de woorden: ‘Welkom in de strijd’. Nu gaat het beginnen, nu wordt er iets van je gevraagd.

Het is zo jammer dat sommige gelovigen zo afzijdig leven. En er is zo veel te doen: bidden, belangstelling voor je geloofsgenoten hebben en hen steunen, een getuige zijn in woord en daad, binnen je mogelijkheden actief in de gemeente meedoen en er ook zijn, financieel helpen, je ook meer in het geloof verdiepen en door Bijbellezen Jezus steeds beter leren kennen. Geloof in Jezus vraagt iets van je. Actieve betrokkenheid bij Gods opdracht. Hij stuurt ons op pad: ‘gord uw lendenen en maak u op’. We weten en kunnen het vaak ook wel onder woorden brengen wat Jezus voor óns heeft gedaan: ‘Jezus stierf voor mij’. Maar kun je ook noemen en zeggen wat je doet voor Hém? Of blijft het dan stil? Ben je je bewust van je eigen opperkleed? Van dat wat je weerhoudt om actief voor Jezus te leven. Dat kunnen zo veel verschillende dingen zijn. Onkunde = niet weten wat God van je vraagt, luiheid of geen zin hebben, andere prioriteiten bv. werk of hobby. Let wel: wij kunnen geen afweging voor een ander maken, we kunnen niet voor een ander bepalen. Het gaat om mij en jou persoonlijk. Ieder moet zijn eigen eerlijke afweging maken. Zijn die zuiver, zijn die oprecht? Vraag je je wel eens af: ‘wat doe ík voor Jezus?’ Zou je durven en je af wíllen vragen: ‘Wat kan ik voor Jezus doen?

De Bijbel roept ons op om dienstbaar te zijn. ‘Dienen’ en ‘dienst’ zijn woorden die in de Bijbel veelvuldig op gelovigen worden toegepast. Wij wilden door de Heer gered worden. Willen we Hem dan vervolgens ook dienen?

Harry Pot.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-